Familiewebsite Gerda en Jo Schiffelers

Wie schrijft die blijft. Over ons en onze familie

Familie Horsch.

Op 16 mei 1773 trouwt in de parochiekerk van Schaesberg Leonardus Horsch met Maria Elisabeth Spiertz. Pastoor Daniels schrijft dat de bruidegom ex Keulen is. We weten dus dat hij in Keulen gewoond heeft maar niet waar hij geboren is. Bij zijn overlijden in Schaesberg op 16 december 1816 wordt in de overlijdensakte aangegeven dat de ouders niet bekend zijn. De aangever van het overlijden kende ze dus niet. Hoewel als ouders Joannes Horsch en Maria Meijers worden genoemd, is daar nog geen bewijs voor aangetroffen.

De naam Horsch komt overigens in het Eifelgebied en ook elders in Duitsland voor. Vaak is het ook nog een een verandering van Horst naar Horsch. Leonard was timmerman van beroep. Hij trouwde in Schaesberg niet de eerste de beste boerendochter en de eerste aktes van successie laten ook zien, dat hij zeker niet slecht geboerd heeft. Duidelijk is wel dat het ervaren timmerlui waren die ook prachtig houtsnijwerk afleverden. Leonard is of met een leger naar Schaesberg getrokken of kwam naar Schaesberg omdat hij een werk had aangenomen.

Op 19 juli 1886 werd in Schaesberg Frans Joseph Horsch (doopnamen Franciscus Josephus) geboren. Onze grootvader. Hij was de oudste in een gezin met 11 kinderen waarvan er twee jong overleden. Zijn ouders woonden volgens het bevolkingsregister toen aan de Hoofdstraat (A77) in Schaesberg dat toen door de gemeente nog geschreven werd als Schaesbergh. Hij werd goedgekeurd voor militaire dienst. Zijn militaire dienst bracht hij in Maastricht door waar hij in het muziekkorps van het bataljon werd opgenomen. In die tijd speelde hij bügel en was toen vanaf circa 1904 lid van de harmonie later fanfare St. Aloysiana. Van 1906 tot 1909 werkte hij op de Oranje-Nassau II mijn in Schaesberg. Van 1910 tot 1912 werkt hij weer op deze mijn. Na enkele omzwervingen langs de Domaniale mijn in Kerkrade, de mijn Laura in Eygelshoven en de staatsmijn Wilhelmina op Terwinselen keerde hij op 3 november 1912 definitief terug op de Oranje-Nassau II mijn. Daar bleef hij in dienst tot aan zijn pensionering.  Op 3 november 1938 vierde hij zijn zilveren dienstjubileum op de mijn. Op dat moment was hij schietmeester en hij was ook nog meester houwer. In 1914 moest hij wel nog als soldaat opkomen vanwege de mobilisatie. Hij was toen korte tijd in Kampen in de Generaal van Heutszkazerne gelegerd om de burg in Kampen te bewaken.  Toen in de tweede Wereld Oorlog hetmuziekkorps de activiteiten moest beëindigen werd een gedeelte van de instrumenten bij hem op zolder opgeslagen. Hij ontving post uit Engeland in de oorlogsjaren en alleen al daaruit mag je concluderen, dat hij op de een of andere manier verzetswerk heeft gedaan. Daar werd echter nooit over gesproken. Eigenlijk had hij altijd boer willen worden. Hij had een boerderij gepacht tegenover de kerk in Schaesberg. Helaas verkochten nieuwe eigenaren de boerderij te slopen en daarvoor in de plaats drie winkelpanden met bovenwoningen te bouwen. Joep ging met zijn gezin in de Pietersstraat wonen waar hij ook op 7 mei 1965 overleed. In de oude kranten vonden we terug dat hij  erg succesvol is geweest met het houden van pluimvee en meerdere prijzen gewonnen heeft. Zijn liefde voor het boerenleven bleek ook uit een groot eigen stuk grond dat hij bewerkte, zijn varkens, konijnen en kippen. Ook was hij veel te vinden bij boer Vrösch aan de Hoofdstraat. Op 8 november 1954 kreeg hij de bronzen legpenning van de gemeente Schaesberg (ere burger). Zilver was er voor de notabelen en brons voor de werkman. Slechts enkele mensen hebben de erepenning van de gemeente gekregen. In 1955 volgde de koninklijke onderscheiding in zilver. Het hoogste dat een werkman kon krijgen. Rond carnaval 1965 kreeg hij als eerste inwoner van Schaesberg de Orde van Verdiensten van de gezamenlijke Schaesbergse carnavalsverenigingen. Deze onderscheiding is maar een keer uitgereikt. Joep zette zich niet alleen in voor "zijn" Aloysiana waar hij niet alleen spelend lid, maar ook bestuurslid en ere-bestuurslid was maar ook als lid van de gymnastiekvereniging Frisch Auf, de Toneelvereniging St. Barbara, de Werkliedenbond, de Mijnwerkersbond en de Oranjevereniging. Hij was meer dan 60 jaar lid van de fanfare geweest. 

Joep trouwde op 27 oktober 1910 in Schaesberg met Anna Maria Martha Brassé. Martha was geboren in Nuth op 3 juli 1888 en overleed in het ziekenhuis in Heerlen op 2 april 1979. Zij was al op jonge leeftijd als meisje in dienst gegaan bij gezinnen in Maastricht en werkte in Schaesberg bij slager Odekerken (hoek Hoofdstraat-Schoolstraat). In Schaesberg leerde zij haar man kennen.  Martha zorgde al die jaren voor het huishouden en haar 6 kinderen. Een zevende kind overleed toen het 2 jaar oud was. De moeder van Jo was de jongste dochter. 

Joep was een zoon van Hendrik Joseph Horsch. Jos was geboren in Schaesberg op 19 oktober 1858 en overleed daar op 1 augustus 1941. Hij was van beroep arbeider, houthakker en grondwerker. Het gezin woonde aan de Hoofdstraat. In de oorlog werd het huis op 15 maart 1941 getroffen door een Engelse bom.  In het buurhuis overleden 2 mensen door deze inslag. Op 17 oktober 1885 trouwde hij in het Duitse Horbach met Anna Maria Schulteis. Anna was op 14 juni 1862 in Horbach geboren en overleed in Schaesberg op 14 september 1933. Uit hun huwelijk werden 11 kinderen geboren. Twee kinderen overleden op jonge leeftijd.

Jos Horsch was een zoon van Peter Joseph Horsch die op 7 februari 1818 in Schaesberg geboren werd en daar overleed op 10 oktober 1897. Peter was schrijnwerker en later ook landbouwer. Op 4 april 1855 trouwde hij in Schaesberg met Anna Elisabeth Robberts die op 19 september 1824 geboren was in het Duitse Teveren. Uit hun huwelijk werden 3 kinderen geboren. Zoon Jos en 2 dochters.

Zie verder de kwartierstaat van Frans Joseph Horsch (klik op de naam) 

Henricus Joseph Horsch een meubelmaker, schrijner die zijn vak verstond

 In 1823 maakte hij een 28 kerkbanken voor de Petrus en Pauluskerk in Schaesberg. Omstreeks 1828 maakte hij uit eikenhout de biechtstoelen voor de kerk van Simpelveld. Ook de preekstoel is van zijn hand. Biechtstoelen en preekstoel zijn nog in de kerk te bekijken. De zogenaamde zwevende preekstoel heeft op de kuip drie panelen met daaromheen diverse ornamenten. Op de panelen staan in reliëf:

de dood: geraamte met zeis , zwevend boven een kerkhof; 

het laatste oordeel:" Christus op wolk met bazuin blazende engelen , links onder engelen die gelukkigen verwelkomen, rechtsonder een hellemonster, dat de verdoemden opeet;

de hel: monsters en verdoemden in het hellevuur..

Aan de benedenrand van de kuip lauwerbladwerk. Op het dorsaal een paneel met een voorstelling van de hemel: Maria wordt omringd door apostelen en heiligen en een bebaarde figuur, die wijst op een tetragram in de wolken. Op het klankbord in fronton een buste van Christus met doornenkroon en een kruis over de rechterschouder. Bovenop het preekgestoelte een bazuinstotende engel met de wetstafelen aan zijn rechterzijde

De twee biechtstoelen zijn zogenaamde driezitstoelen, in het midden neemt de priester plaats en aa beide zijkanten kunnen biechtenden plaatsnemen. Met diverse versieringen en snijwerk, dat overeenkomsten vertoont met de preekstoel. Midden op de biechtstoelen is een buste van respectievelijk H. Petrus met twee gekruiste sleutels en van H. Johannes Nepomuk met kruis geplaatst, aan weerszijden geflankeerd door een vaas.