Familiewebsite Gerda en Jo Schiffelers

Wie schrijft die blijft. Over ons en onze familie

Familie Brassé.

Op 13 mei 1693 wordt in het Belgische Aubel Bernardus Brassé gedoopt. Hij is een onwettig kind. Als vader wordt genoemd Bernardus Brassé die kapitein is in het Brandenburgse leger. De moeder is Joanna á Campo die vermoedelijk ook uit Aubel is. Waar de vader vandaan komt is nog onbekend. De Brandenburgers behoorden tot het Oostenrijkse leger en voerden ook het wapen van de Hapsburgers. Net zo opmerkelijk is dat zoon Bernardus, die in Margraten overleed op 11 oktober 1756, op 25 juli 1724 in Aubel trouwde met Maria Margaretha von Beck zu Willmedingen. Zij was op 25 oktober 1699 gedoopt in Diedesfeldt, Paflz, Beieren. Haar vader was Franciscus Alardus en haar moeder , die in Margraten overleed, was Anna Dorothea Dijckman of Diemann. De voorouders, vermoedelijk overgrootvader Johann Jakob was in 1603 geadeld en hij liet in 1607 een slot bouwen. Hij was al vroeg opgevallen door zijn begaafdheid om te lezen en schrijven en kreeg hoge functies. Helaas hebben wij nog geen genealogie gevonden. Ook is nog niet duidelijk hoe zijn vrouw met haar moeder in Margraten terecht zijn gekomen. Hij trouwde in elk geval iemand van adellijke afkomst. Het is niet onwaarschijnlijk dat ook haar vader een officier in het leger was of een zakenman.De tekst boven het wapen klopt niet voor wat betreft de plaatsnaam.

Van hun kinderen was zoon Franciscus Antonius geen schatje. Hij wordt genoemd in de processen rond de bokkenrijders. Aanvankelijk was hij collecteur en gerechtsbode in Margraten. Uit het boek "De Bokkenrijders" van Anton Blok blijkt, dat hij door het hooggerecht van Valkenburg berecht is als bokkenrijder. Aan dit boek ontlenen we, dat hij behalve in Margraten en Schimmert laatstelijk "in de poort" te Schin op Geul, naast Caspar van Mechelen tegenover de kerk heeft gewoond. Hij was geletterd, schoenmaker en bakker en later vagebonderend. Hij behoorde tot de bende van Schin op Geul. Hij vervulde een hoofdrol bij de laatste operatie van de bokkenrijders. Het verzoek tot detentie werd door de hoog-drossaard Vignon gedaan op 10 januari 1775 in verband met de overval op de pastorie van Margraten in november 1774. Op 11 januari 1775 werd hij gevangen genomen en gedetineerd op kasteel Amstenrade. De confrontatie met Meijs Trachten vond plaats op 4 februari 1775 en de scherpere examens op 8,9 en 11 februari en 11 augustus 1775. Tijdens de verhoren gaf hij aan, dat hij op wacht had gestaan, maar dit was een leugen omdat hij geholpen had om gaten in de lemen wand te breken. Ook bedreigde hij de huishoudster met een mes. Op 14 augustus werd hij veroordeeld tot radbraken na wurging. Het vonnis werd uitgevoerd op 17 augustus 1775 op de Lommelenberg onder Valkenburg. In het vonnis werd als volgt naar de doeleinden van de bende verwezen: "daerenboven sig door een hels, verbond vereenigt en verbonden hebben van 't heele land af te lopen, alle goede ingezetenen welke niet meede wilde doen te vermoorden, om daer door hun doelwit van alle goederen gemeen te maken te bereiken".

Ook Ramaekers en Passing geven in hun boek "De woeste avonturen van de bokkerijders" aan, dat Antoon een man was die snel driftig werd en zijn vuisten wilde gebruiken. Zo schijnt hij tijdens een woordenwisseling zijn moeder Margaretha ernstig te hebben mishandeld. Hij had haar in het gezicht gespuwd en geslagen, waarbij hij zo driftig was geworden, dat hij de arme vrouw vastgegrepen had en op een stoel had gegooid. De vrouw sloeg moet zo'n kracht op het meubelstuk, dat de spaanders in het rond vlogen. Margaretha brak daarbij een rib.

Op 11 september 1765 had hij met gekapt lood en hagel geschoten op Gilles Smeets. De man raakte ernstig gewond.

LVO RAL Schin op Geul 7918

4 december 1769. Comp Anthoon Brassé inw. Margraten x Anna van Stockem, als mede syne zwagerse Maria van Stockem meerderj. jonge dochter tegenw. als dienstmeyt by d'Hr Borgem. Saeren binnen de stadt Thongeren. Broer Hendrick is buyten lants. Tegen syn schoonvader en haeren vader Joes van Stockem weduwnaar van Maria Kleynen woonachtig tot Aken op de Roode aengaende een leening staande op panden v.d. erffgen Herman Habets inw tot Ransdael.

Deze tekst past u aan door erop te klikken.